
De Haard
Er was eens een vrouw, de prinses van het land
Op een dag moest ze mee naar het woud
De boswachter kwam en hij nam haar reeds mee
Want de prinses die was stout
Hij nam haar toen mee naar een hut in het bos
De prinses schrok en riep: "Wat is daar!"
Ze wees naar een grote en ijzeren kooi
Hij sloot haar daar op naast de haard
Toen klopte een man aan de deur en sloeg neer
De boswachter lag op de grond
Hij deed de kooi open en keek naar de vrouw
Daarna naar het boek dat daar stond
Er stond in het boek dat een vrouw, oh zo kwaad
Mannen steeds van haar afhankelijk maakt